Wordt door de zaak een fiets die ook privé gebruikt mag worden ter beschikking gesteld, dan wordt vanaf 2020 7% van de nieuwwaarde van die fiets als privégebruik bijgeteld. Over die 7% moeten dan belasting en premies worden betaald. De regeling wordt hiermee vooral eenvoudiger dan die nu is. Op dit moment zouden de totaal gereden en privé gereden kilometers bijgehouden moeten worden. Op basis daarvan zou de waarde van het privégebruik bepaald moeten worden.

Opvallend is wel dat de bijtelling van een elektrische auto tot € 50.000 in 2020 procentueel lager is dan de bijtelling voor een fiets, namelijk 4%.

Vanaf 2019 geldt de bijtelling van 4% voor een auto zonder CO2 uitstoot (in de praktijk een volledig elektrisch aangedreven auto) nog tot een catalogusprijs van € 50.000. De bijtelling wordt 22% over het deel van de catalogusprijs dag ligt boven de € 50.000. De bijtelling van 4% over de volle cataloguswaarde blijft nog wel tot 5 jaar na eerste ingebruikname tellen voor elektrische auto’s die in 2018 al in gebruik zijn genomen.

Voor een werknemer die rijdt in een auto van de zaak geldt dat de bijtelling vanaf 1 januari 2017 maximaal nog 22% is als de auto voor het eerst op 1 januari 2017 of later op de weg wordt toegelaten. Dit is meestal de datum van eerste afgifte van een kentekenbewijs. Bij een auto die wordt ingevoerd, is dat de datum van eerste toelating in het buitenland.

Wordt een auto op of voor 31 december 2016 voor het eerst toegelaten, dan geldt een maximale bijtelling van 25%. Ook in 2017 en later. Voor auto’s waarvoor al een lagere bijtelling van toepassing is, geldt meestal dat die bijtelling tot 60 maanden na eerste ingebruikneming blijft gelden. Alleen voor auto’s die voor 1 juli 2012 voor het eerst werden toegelaten geldt dat de lagere bijtelling geldt tot en met 31 december 2018.

Vanaf 1 januari 2017 geldt nog uitsluitend de volgende lagere bijtelling: 4% voor auto’s die volledig elektrisch worden aangedreven.

Op veel websites staat dat de bijtelling voor auto’s die nu al rondrijden na 60 maanden of na 31 december 2018 naar 22% gaat. Uit de overgangsregeling volgt echter dat de bijtelling dan naar 25% gaat. In de praktijk zal dit overigens niet heel vaak voor komen.

Tip:laat een auto waarvoor nu nog 25% bijtelling geldt pas in januari 2017 op kenteken zetten.

Tip:laat een auto waarvoor nu een lagere bijtelling geldt nog dit jaar op kenteken zetten.

Met ingang van 1 mei 2016 is de wet DBA ingevoerd. Vanaf die datum kan niet meer met een VAR-verklaring worden aangetoond dat iemand ondernemer is. Dit betekent dat opdrachtgever en opdrachtnemer (ZZP’er) vanaf dat moment zelf weer moeten beoordelen of wel of niet sprake is van een dienstverband voor de loonbelasting en premies werknemersverzekeringen.

De belastingdienst heeft op haar website een aantal modelovereenkomsten gepubliceerd die door de belastingdienst zijn opgesteld of door de belastingdienst zijn goedgekeurd. Wordt gebruik gemaakt van zo’n modelovereenkomst en wordt ook gewerkt volgens die overeenkomst, dan mogen opdrachtgever en opdrachtnemer ervan uit gaan dat geen sprake is van een dienstverband. Let wel op! Wordt wel een modelovereenkomst gebruikt, maar blijkt in de praktijk dat de voorwaarden waaronder gewerkt wordt van die overeenkomst afwijken, dan kan de belastingdienst alsnog stellen dat sprake is van een dienstbetrekking. Opdrachtnemer en opdrachtgever mogen ook zelf een overeenkomst ter goedkeuring voorleggen aan de belastingdienst.

Omdat er veel onzekerheid is ontstaan door het afschaffen van de VAR-verklaring en omdat de belastingdienst achter loopt met het beoordelen van overeenkomsten die aan haar zijn voorgelegd, wordt er tot 2018 minder scherp gecontroleerd of sprake is van een dienstbetrekking. Maar als duidelijk wel sprake is van een dienstbetrekking, zal de belastingdienst ook vóór 2018 naheffingen en boetes kunnen opleggen.

In de pers wordt misschien gesuggereerd dat de wet DBA is uitgesteld tot 2018, maar dat is zeker niet het geval!

Tip:wacht niet tot 2018 met het opstellen van een goede (model)overeenkomst tussen opdrachtgever en opdrachtnemer.

Vanaf 1 april 2017 mag door een directeur-grootaandeelhouder niet meer pensioen in eigen beheer worden opgebouwd. Dit betekent dat voor die datum vastgelegd moet worden dat opbouw van nieuwe pensioenrechten uiterlijk per 1 april 2017 stopt. Voor het pensioen dat al op die datum is opgebouwd, bestaan dan 3 keuzes, te weten:

  1. Het pensioen wordt premievrij gemaakt. Jaarlijks wordt de pensioenvoorziening nog verhoogd met 4% rente, de afgenomen kans dat iemand voor pensioendatum overlijdt en eventueel indexatie (als dat in de pensioenbrief stond).
  2. Het pensioen wordt voor de fiscale waarde van de pensioenvoorziening afgekocht. Op dat moment moet belasting worden betaald over de hoogte van de voorziening op het moment van afkoop. Vindt afkoop in 2017, 2018 of 2019 plaats, dan   blijft een deel belastingvrij. Dat deel is in 2017 34,5%, in 2018 25% en in 2019 19,5% van de fiscale voorziening in de balans per 31-12-2015.
  3. Het pensioen wordt voor 31 december 2019 omgezet in een oudedagsverplichting. De fiscale waarde van de pensioenverplichting wordt op het moment van omzetting een soort spaarsaldo dat vanaf AOW-leeftijd in 20 jaar belast wordt uitgekeerd. Dit spaarsaldo wordt jaarlijks nog verhoogd met een wettelijk voorgeschreven rente. De uitkering mag maximaal 5 jaar voor AOW-leeftijd in gaan. De uitkering eindigt altijd 20 jaar na de AOW-leeftijd.

Als het pensioen wordt afgekocht of wordt omgezet in een oudedagsverplichting, is de schriftelijke toestemming van de partner en vaak ex-partner nodig. Ook de belastingdienst zal dan geïnformeerd moeten worden.

Tip:laat uitrekenen wat het voordeligste is. Vaak is omzetting in een oudedagsverplichting uiteindelijk voordeliger dan afkopen.

Tip:als u kiest voor afkoop: koop dan zo mogelijk af in 2017.

Tip:zorg dat voor 1 april 2017 wordt vastgelegd dat geen pensioen meer wordt opgebouwd.