Zoals waarschijnlijk al bekend, gaat het lage BTW-tarief vanaf 1 januari 2019 van 6% naar 9%. Op alle leveringen en diensten waarvoor nu nog het 6%-tarief geldt, geldt vanaf 1 januari 2019 het 9% tarief. Maar als de levering of de dienst al in 2018 is afgerond, geldt het 6% tarief. Ook als de factuur pas in januari 2019 wordt verstuurd.

Is in 2018 al betaald voor een levering of dienst die pas in 2019 plaats vindt, dan geldt alleen daarvoor toch nog het 6% tarief. Denk aan concertkaarten of seizoenkaarten voor 2019 die al in 2018 zijn betaald. Maar het geldt bijvoorbeeld ook voor schilderwerk in 2019 aan een woning die ouder is dan 2 jaar dat in 2018 al is betaald.

Vanaf 2020 kunnen alle ondernemers in Nederland met een omzet tot € 20.000 kiezen voor vrijstelling van BTW. Ook bijvoorbeeld B.V.’s kunnen dan voor de vrijstelling kiezen. De keuze geldt voor 3 jaar en moet tenminste 4 weken voordat een aangifteperiode begint te worden aangevraagd. Komt de omzet boven € 20.000 uit, dan geldt de vrijstelling niet meer. Bij aanvraag van de vrijstelling kan eventueel herziening van omzetbelasting nodig zijn over investeringen waarover eerder omzetbelasting terug is gevraagd. Herziening is niet nodig als deze minder is dan € 500 per jaar.

Over het privégebruik van de auto van de zaak is omzetbelasting verschuldigd. Ook woon-werkverkeer geldt voor de omzetbelasting als privégebruik. De omzetbelasting over het privégebruik kan op twee manieren worden berekend. De moeilijkste manier is uitgaan van de in een jaar gereden privékilometers (inclusief woon-werkverkeer) en de totale in een jaar gereden kilometers. De makkelijkste manier is gebruik te maken van de goedkeuring dat als privégebruik 2,7% van de cataloguswaarde van de auto mag worden aangegeven.

Betaalt een werknemer al een vergoeding aan de werkgever, dan is over die vergoeding 21% omzetbelasting verschuldigd. Is de omzetbelasting die de werkgever hierover af draagt op jaarbasis lager dan 2,7% van de cataloguswaarde van de auto, dan moet de werkgever extra omzetbelasting afdragen totdat in totaal 2,7% is afgedragen.

Om de omzetbelasting af te kunnen dragen over de werkelijke gereden privékilometers (inclusief woon-werkverkeer) moet een kilometerregistratie worden bijgehouden. Dan moet worden gekeken hoeveel kosten in het jaar aan de auto zijn toe te rekenen, inclusief 20% afschrijving op de aanschafwaarde. De omzetbelasting die afgedragen moet worden wordt dan als volgt berekend: omzetbelasting privégebruik = privékilometers/totale kilometers x autokosten x 21%. In de praktijk kan het voor werknemers die een verklaring "geen privégebruik" hebben lonen om deze berekening te maken. De enige privékilometers zijn dan de woon-werkkilometers. Die zijn makkelijk te bepalen.

Op het moment dat duidelijk is dat een rekening niet wordt betaald, kan de BTW die is afgedragen op dit moment schriftelijk bij de belastingdienst worden teruggevraagd. Vanaf 1 januari 2017 kan de BTW op deze oninbare vordering via de aangifte worden teruggevraagd. Bovendien wordt ervan uit gegaan dat een vordering oninbaar is, als deze binnen 1 jaar nadat de betaaltermijn is verstreken, nog niet is betaald. Het is dan niet meer nodig om bijvoorbeeld een brief van een curator te laten zien waaruit blijkt dat de vordering niet betaald wordt.

Wordt de rekening later alsnog helemaal of gedeeltelijk betaald, dan moet BTW worden afgedragen over het bedrag dat alsnog is ontvangen.

Voor facturen die voor 1 januari 2017 al opeisbaar waren, geldt dat de termijn van 1 jaar gaat lopen op 1 januari 2017. De BTW in deze vordering kan dan in de eerste aangifte omzetbelasting over 2018 worden teruggevraagd. Eerder kan ook, als aangetoond kan worden dat de vordering al eerder oninbaar was.

Iemand die omzetbelastingplichtig is kan investeren in zaken die zakelijk en privé gebruikt worden. Vaak gaat het om panden die gebruikt worden om in te wonen en om vanuit te werken (bijvoorbeeld woonhuis met winkel of woonhuis met kantoor) en vakantiehuizen die worden verhuurd maar die ook enkele weken per jaar zelf worden gebruikt. Bij zo'n investering kan een BTW-ondernemer er nu voor kiezen om de investering voor de omzetbelasting als privévermogen of als zakelijk vermogen aan te merken.

Lees meer: Zakelijk en privé gebruik en omzetbelasting