Navordering is sinds 2010 mogelijk als een belastingaanslag, als gevolg van een fout, voor de belastingplichtige redelijkerwijs kenbaar onjuist is vastgesteld of achterwege is gebleven. Hiervan is in elk geval sprake indien de te weinig geheven belasting ten minste 30% van de materieel verschuldigde belasting bedraagt. De belastingplichtige moet als het ware in één oogopslag (hebben) kunnen zien dat de belastingaanslag of een beschikking om geen aanslag op te leggen, niet juist is. In zo'n geval kan een belastingplichtige aan de onjuiste belastingaanslag of beschikking om geen aanslag op te leggen geen rechtszekerheid ontlenen. Deze navorderingsregeling geldt ten aanzien van belastingaanslagen of beschikkingen die zijn vastgesteld of genomen op of na 1 januari 2010