De verliesverrekening in de vennootschapsbelasting (voornamelijk B.V. ’s en N.V. ’s) wordt vanaf 2019 ingekort. Een verlies in 2018 kan nog verrekend worden met behaalde winst in het voorgaande jaar (2017) en nog te behalen winsten in de komende 9 jaren (2019 t/m 2027). Vanaf 2019 kan een verlies in de vennootschapsbelasting nog steeds worden verrekend met winst uit het voorgaande jaar maar nog slechts met de nog te behalen winst in de komende 6 jaren.

Normaal gesproken wordt altijd eerst het oudste verlies verrekend. Maar een eventueel verlies uit 2019 wordt eerder verrekend dan nog openstaande verliezen uit 2017 en 2018 en een eventueel verlies uit 2020 wordt eerder verrekend dan een nog openstaand verlies uit 2018. Hiermee wordt voorkomen dat verliezen die later vervallen eerder verrekend moeten worden.

In de inkomstenbelasting (particulieren en privéondernemers) verandert er niets. Verliezen in de inkomstenbelasting blijven verrekenbaar met positief inkomen uit de voorgaande 3 jaren en de komende 9 jaren.

Bedrijven die belast worden met vennootschapsbelasting kunnen vanaf 2019 nog afschrijven op bedrijfsgebouwen zo lang de boekwaarde hoger is dan de volledige WOZ-waarde. Dit was de helft van de WOZ-waarde voor gebouwen die bij het bedrijf in eigen gebruik waren. Alleen voor gebouwen die op 1 januari nog geen 3 jaar in gebruik waren mag volgens de oude regels nog tot 3 jaar worden afgeschreven. De boekwaarde mag daardoor niet dalen onder de helft van de WOZ-waarde.

De tarieven in de vennootschapsbelasting gaan vanaf 2019 tot en met 2021 dalen. Voor winsten tot € 200.000 worden de tarieven 19% (2019), 16,5% (2020) en 15% (vanaf 2021). De tarieven voor winsten vanaf € 200.000 worden 25% (2019 ongewijzigd), 22,55% (2020) en 20,5% (vanaf 2021).